Eberhard van der Laan en de barmhartige Samaritaan

De 13-jarige Eberhard zette de dominee voor het blok: “Komen Inca’s die Christus niet kennen in de hemel?” Het korte antwoord dat volgde, was voor de puberende Van der Laan de druppel om de kerk de rug toe te keren. Of de Inca’s dan pech hebben gehad, vroeg hij voor de zekerheid nog. Die vraag beantwoordde de predikant met ja.

 Lees dit artikel dat ik schreef na het overlijden van burgemeester Van der Laan verder op de site van EO-Visie.
csm_ANP-Van_Der_Laan_7a88b384e8

Passanten

Van de acht langsfietsende jongens, strekten even voorbij ons huis twee hun arm: ‘kankerhoer, kankerhoer’. Luid schreeuwend fietsten ze door, ik staarde ze vanuit onze voortuin verbijsterd na. Ze riepen het tegen niemand in het bijzonder. Toch was juist demist plek waar ze het deden diep pijnlijk. Daar wonen twee buurtgenoten die alles weten van deze ingrijpende ziekte. Moest ik iets doen? Er achteraan en ze aanspreken? Ik deed niets, maar het laat me niet los. Waar komt die agressieve bravoure vandaan om al Hitler-groetend grove teksten te schreeuwen?

Een dag later, liep ik naar de kassa in de supermarkt. BAM, net voor mij geeft een grijze dame van een jaar of zestig de vrouw voor haar een stevige klap: ‘zet dat mandje even ergens anders neer!’. De geslagen vrouw geeft een duw terug en scheldt de andere vrouw verrot. Ook vrouwen van gemiddelde leeftijd kunnen blijkbaar testosteronbommetjes zijn.

Ik begon me op de terugweg naar huis net af te vragen of deze voorvallen exemplarisch zijn voor de tijd waarin we leven, toen ik ze aan zag komen fietsen. Twee tieners, een jongen en een meisje. Ze fietsten dicht naast elkaar. Toen ik dichterbij kwam zag ik waarom: ze deelden samen een set oortjes, genietend van de muziek. Het was op dezelfde plek waar enkele dagen eerder de opgefokte jongens langsreden. Ze lachten. Dat beeld houd ik maar even vast.

 

 

 

 

‘Ik val niet uit zijn hand’ tijdens lezersavond EO-Visie

EO-Visie organiseert op dinsdag 30 mei een avond met hoopvolle verhalen en liedjes in de kapel van het EO-gebouw. Het is voor iedereen wel herkenbaar: soms zijn er periodes in je leven waarin onzekerheid, verdriet of zorgen de boventoon voeren. Wat merk je dan van God? En als het juist voor de wind gaat, hoe zie je Hem dan? Matthijn Buwalda en Marco van der Straten nemen u een uur mee op reis, langs liedjes en verhalen, op zoek naar lichtpuntjes van God.

Wil je erbij zijn? Je kunt hier voor tien euro een kaartje reserveren. Je krijgt er dan ook nog eens mijn boek Ik val niet uit zijn hand bij. Zie ik je op 30 mei in Hilversum?

Schermafbeelding 2017-04-18 om 22.25.42

Matthijn Buwalda (rechts) en Marco van der Straten

Pasen: kan ik iets voor je doen?

Het was een machteloos moment tijdens The Passion. Als Jezus op het punt staat om ter dood veroordeeld te worden, komt verteller Remco Veldhuis het podium op: “Kan ik iets voor je doen?”. Het prachtige lied van De Dijk klinkt bijna als een vervreemdend intermezzo in de scène waarin de veroordeling van Jezus uiteen wordt gezet:

‘Is er iets wat ik doen kan
Wat je helpt in de pijn?
Wat iets voor je betekent
Wil ik graag voor je zijn.’

Lees deze blog verder op EO-Geloven.

csm_Dwight-Passion-slot_0ca269c989

‘Mooie dingen met weinig woorden zeggen’

Wat een verrassing om de prachtige recensie te lezen, die Jan Wolsheimer over mijn boek Ik val niet uit zijn hand schreef. In zijn blog, met als titel ‘Keelpastilles voor het hart’, beschrijft Jan hoe hij elke dag een hoofdstuk leest en de gedachte uiSchermafbeelding 2017-04-02 om 08.47.00t de tekst mee de dag in neemt.

‘Het échte leven wordt beschreven en de vele anekdotes en verhaallijntjes die Marco aan het papier toevertrouwd zijn meer dan de moeite waard. Om heel langzaam op te zuigen.’

 

 

Boek ‘Ik val niet uit zijn hand’ verkrijgbaar

Wat bijzonder om mijn eerste, eigen boek in handen te hebben. bij Ark Media is Ik val niet uit zijn hand verschenen; ik noem het een hoopvol boek. Niet ofoto-boekje-marcomdat ik het heb geschreven, maar omdat het iets laat zien over leven met God, juist als het moeilijk is.

Het boek kost slechts € 10,50 en is verkrijgbaar of te bestellen bij alle boekwinkels en via deze site.

In verschillende media vertel ik in maart 2017 hierover.

Meer samenwerking tussen CGK en NGK… of toch niet

Het bericht dat vanmorgen in het Nederlands Dagblad verschijnt raakt me meer dan ik eerste vermoedde. ‘Toenadering CGK en NGK op lokaal niveau,’ kopt het artikeltje. Deze week is de landelijke vergadering, synode, van de Christelijke Gereformeerde Kerken bijeen. Nadat de kop me even blij maakt, slaat al snel de teleurstelling toe als ik verder

schermafbeelding-2017-01-25-om-09-43-26

fragment artikel ND 25-01

lees: ‘Aan een plaatselijke samenwerking zijn wel voorwaarden verbonden, legt de synode expliciet vast. Nauwer kerkelijk samenleven is alleen mogelijk met lokale Nederlands Gereformeerde Kerken waar geen kinderen worden toegelaten tot het heilig avondmaal, geen vrouwelijke ouderlingen of diakenen dienen en er geen ruimte is voor homo’s met een relatie.’ BAM, de muur die even leek geslecht, is weer keihard opgetrokken.

Leidsche Rijn

Ik denk terug aan ruim tien jaar geleden, toen ik nog lid was van een christelijke gereformeerde kerk. Vanuit die gemeente was ik betrokken bij de oprichting en missionair werk in een stadsdeel in aanbouw: Leidsche Rijn. Het initiatief werd breed gedragen door kerken uit de regio van NGK, CGK en Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. We vonden elkaar in het verlangen om met mensen te verbinden en te laten zien dat het leven met Jezus de moeite waard is. Verschillende activiteiten en lokale ontmoetingen leidden uiteindelijk tot de oprichting van een eigen gemeente in Leidsche Rijn: RijnWaarde. Van de aanvankelijke droom dat dit een officiële samenwerkingsgemeente zou worden was toen weinig meer over. De kerkelijke vergaderingen lieten geen ruimte tot een officieel samenwerken.

Geen ruimte voor gezamenlijke gemeente

Als startende gemeente wilde RijnWaarde nog niet alles dichttimmeren, dus ook niet zwart-op-wit zetten dat er later geen sprake zou zijn van vrouwelijke diakenen en ouderlingen. Dat zou later door de gemeente besloten worden. De kerkenraad van de kerk waar ik toen lid van was besloot om daarop de officiële samenwerking te beëindigen. Dit zou nooit haalbaar zijn op de regionale CGK-vergadering. Ik zat op dat moment zelf ook in de kerkenraad en vraag me nog steeds af hoe we dit anders hadden kunnen aanpakken. We hadden achteraf gezien sowieso het gesprek in de regio moeten voeren. Maar ik begrijp de terughoudendheid, want eerdere regiogesprekken op de CGK-classis over wat toen nog een missionair initiatief was, waren in vervelende sfeer verlopen.

Jonge kerk

Niet lang erna werd Rijnwaarde een NGK-gemeente. Om eerlijk te zijn maakt het de meeste mensen die onze diensten bezoeken en die lid worden weinig uit welke kerkvlag er wappert. We hebben gereformeerde wortels en zoeken naar verbinding met mensen in de wijken, en verbinding tussen mensen en Jezus. Maar het had zo anders kunnen zijn. Het was een mooi voorbeeld en getuigenis geweest als het wel mogelijk was geweest: samen Jezus volgen, door ook over eigen muren heen te stappen. Inmiddels ben ik samen met mijn gezin, na een verhuizing naar dit stadsdeel, alweer vele jaren lid van deze nieuwe NGK in Leidsche Rijn. Ik geniet ervan hoe onze jonge gemeente wegen zoekt om God te dienen, midden in deze grote Vinex-wijk.

Gebed om eenheid

De echo van vorige week klinkt nog na. Tijdens de week van gebed ging het dit jaar speciaal om gebed voor de eenheid onder christenen. ‘Quis non fleret,’ wie zou niet wenen? twitterde Ad de Boer. Ondertussen bedenk ik me hoe dat later in de hemel en op de nieuwe aarde zal gaan. Komen we daar ook met een eisenlijstje, onder welke voorwaarden we wel en onder welke we niet samen willen zijn?

Als dat niet zo is, dan zou het een mooie aanbeveling zijn om nu alvast te beginnen om onze muren te laten vallen. Om dan te ontdekken dat, ook zonder onze kerkelijke gewoonten en gebruiken, Jezus nog steeds dezelfde is. Ik hoor nog een echo: Jezus’ schreeuw dat het is volbracht. We hebben nog veel te leren, mezelf incluis. Quis non fleret.

 

PS, eind februari verschijnt mijn boek  ‘Ik val niet uit zijn hand’ met veertig hoopvolle verhalen.